Herhaling II 

 Inleiding

We zijn nu klaar voor een nieuwe herhaling. We gaan verder waar we met onze vorige herhaling gebleven waren en behandelen elke dag twee ideeën. Het eerste deel van elke dag wordt aan het ene, het laatste deel van de dag aan het andere idee gewijd. We zullen één langere oefenperio­de houden, en veelvuldige korte waarin we beide oefenen.

De langere oefenperioden volgen deze algemene vorm: trek voor elk ongeveer een kwartier uit en begin de ideeën voor die dag en de aanwijzingen die in de toelichting zijn opgenomen te overdenken. Besteed er zo’n drie tot vier minuten aan om ze langzaam door te lezen, verscheidene ke­ren zo je wilt, en sluit dan je ogen en luister.

Herhaal de eerste fase van de oefenperiode als je merkt dat je denkgeest afdwaalt, maar probeer het grootste deel van de tijd rustig maar aandach­tig te luisteren. Er wacht jou een boodschap. Vertrouw erop dat je die zult ontvangen. Onthoud dat die jou toebehoort en dat jij die wilt.

Houd aan je voornemen vast wanneer afleidende gedachten opdoemen. Besef dat deze gedachten, welke vorm ze ook aannemen, geen betekenis hebben en geen macht. Stel daarvoor in de plaats je vastbeslotenheid te slagen. Vergeet niet dat jouw wil over alle fantasieën en dromen macht heeft. Vertrouw erop dat die je er doorheen zal helpen en jou boven dit alles uittillen zal.

Beschouw deze oefenperioden als een toewijding aan de weg, de waar­heid en het leven. Weiger op het zijspoor van omwegen, illusies en ­doodsgedachten te worden gebracht. Jij bent aan verlossing toegewijd. Wees ie­dere dag vastbesloten je functie niet onvervuld te laten.

Bevestig bovendien in de korte oefenperioden je vastbeslotenheid opnieuw,waarbij je de oorspronkelijke vorm van het idee gebruikt voor alge­mene toepassingen, en – waar nodig – meer concrete vormen. Enkele concrete vormen zijn opgenomen in de toelichting die op de formulering van de ideeën volgt. Dit zijn echter niet meer dan suggesties. De precieze woorden die je gebruikt doen er niet toe.

Les 84

Dit zijn de ideeën voor de herhaling van vandaag:

1. (67) Liefde schiep mij als zichzelf.

Ik ben het evenbeeld van mijn Schepper. Ik kan niet lijden, ik kan geen verlies ondervinden en ik kan niet sterven. Ik ben geen lichaam. Ik wil vandaag mijn werkelijkheid onderkennen. Ik zal geen afgoden aanbidden, noch mijn eigen zelfbeeld verheffen en het in de plaats stellen van mijn Zelf. Ik ben het evenbeeld van mijn Schepper. Liefde schiep mij als zichzelf.

2. Misschien vind je deze concrete vormen behulpzaam bij het toepassen van het idee:

Laat ik hierin geen illusie van mijzelf zien.

Laat ik me mijn Schepper herinneren, wanneer ik hiernaar kijk.

Mijn Schepper heeft dit niet geschapen zoals ik het zie.

3. (68) Liefde koestert geen grieven.

Grieven zijn aan liefde volkomen vreemd. Grieven vallen liefde aan en houden haar licht verborgen. Als ik grieven heb, val ik liefde aan en daarom ook mijn Zelf. Zo wordt mijn Zelf mij wezensvreemd. Ik ben vastbesloten mijn Zelf vandaag niet aan te vallen, zodat ik me kan herinneren Wie ik ben.

4. De volgende specifieke toepassingsvormen van dit idee kunnen van nut zijn:

Dit vormt geen rechtvaardiging voor het verloochenen van mijn Zelf.

Ik zal dit niet gebruiken als een aanval op liefde.

Laat dit mij er niet toe verleiden mezelf aan te vallen.