Overpeinzingen

Een Cursus in Wonderen, een  spectaculair, totaal compromisloos, levend spiritueel werk, op dit moment beschikbaar op aarde, voor jou. Het is een wonder!

 Hoofdstuk 21, sectie II uit Een Cursus In Wonderen

De verantwoordelijkheid voor het zien

 
1. We hebben herhaaldelijk gezegd hoe weinig er van jou wordt gevraagd om deze cursus te leren. Het is dezelfde geringe bereidwilligheid die je nodig hebt om heel je relatie tot vreugde te laten transformeren, de luttele gave die jij de Heilige Geest schenkt in ruil waarvoor Hij jou alles geeft, het uiterst weinige waarop de verlossing berust, de minieme verandering van denken waardoor de kruisiging in opstanding verkeert. En doordat hij waar is, is hij zo eenvoudig dat hij niet anders dan volledig kan worden begrepen. Verworpen, zeker, maar hij is niet dubbelzinnig. En als je nu ertegen kiest, zal dat niet zijn omdat hij duister is, maar eerder omdat deze geringe prijs naar jouw oordeel te hoog leek om voor vrede te betalen.
2. Dit is het enige wat je hoeft te doen opdat visie, geluk, bevrijding van pijn en de volledige vrijwaring van zonde jou allemaal geschonken wordt. Zeg alleen het volgende, maar méén het zonder enig voorbehoud, want hierin schuilt de macht van de verlossing:
Ik ben verantwoordelijk voor wat ik zie.
Ik kies de gevoelens die ik ervaar, en beslis welk doel ik bereiken wil.
En ik vraag om alles wat mij lijkt te overkomen, en ontvang zoals ik heb gevraagd.
Maak jezelf niet langer wijs dat je hulpeloos bent ten overstaan van wat jou wordt aangedaan. Erken slechts dat jij je hebt vergist, en al de gevolgen van je vergissingen zullen verdwijnen.
3. Het is onbestaanbaar dat de Zoon van God louter gedreven wordt door voorvallen buiten hemzelf. Het is onbestaanbaar dat de gebeurtenissen die hem overkomen niet zijn keuze waren. Zijn beslissingsmacht is de bepalende factor voor iedere situatie waarin hij zich bij toeval of willekeur lijkt te bevinden. Toeval noch willekeur is mogelijk in het universum zoals God dat geschapen heeft en waarbuiten niets is. Lijd, en je hebt beslist dat zonde jouw doel was. Wees gelukkig, en je hebt de beslissingsmacht aan Hem gegeven die namens God voor jou beslissen moet. Dit is de luttele gave die jij de Heilige Geest schenkt, en zelfs die geeft Hij jou om aan jezelf te geven. Want door deze gave wordt jou de macht gegeven je verlosser te bevrijden, opdat hij jou verlossing schenken mag.
4. Misgun jezelf dit bescheiden geschenk niet. Houd het achter, en je behoudt de wereld zoals je die nu ziet. Geef het weg, en al wat jij ziet verdwijnt samen ermee. Nooit werd zoveel gegeven in ruil voor zo weinig. In het heilig ogenblik wordt deze ruil bewerkstelligd en instandgehouden. Hier wordt de wereld die je niet wilt gebracht naar die welke jij wel wilt. En hier wordt die welke jij wel wilt jou gegeven omdat je haar wenst. Maar hiertoe dient eerst de macht van jouw verlangen te worden erkend. Je dient de kracht en niet de zwakte ervan te aanvaarden. Je dient te zien dat datgene wat sterk genoeg is om een wereld te maken, ook bij machte is die los te laten en correctie te aanvaarden, als het bereid is in te zien dat het ongelijk had.
5. De wereld die jij ziet is slechts de nietszeggende getuige dat jij gelijk had. Deze getuige is krankzinnig. Jij hebt haar in haar getuigenis getraind, en toen ze die aan jou teruggaf, heb je geluisterd en jezelf ervan overtuigd dat wat zij zag waar was. Dit heb jij jezelf aangedaan. Zie alleen dit, en je zult tevens inzien hoezeer jouw ‘zien’ op een cirkelredenering berust. Dit werd jou niet gegeven. Dit was jouw geschenk aan jezelf en aan je broeder. Wees dan ook bereid toe te laten dat het van hem weggenomen wordt en vervangen door de waarheid. En wanneer jij de verandering in hem opmerkt, zal het jou gegeven zijn die in jezelf te zien.
6. Misschien zie je voor jezelf de noodzaak niet om dit kleine geschenk te geven. Kijk dan eens preciezer naar wat het is. En zie er, heel simpel, de algehele ruil in van de afscheiding voor de verlossing. Het enige wat het ego is, is een idee dat het mogelijk is dat de Zoon van God dingen overkomen buiten zijn wil, en dus buiten de Wil van zijn Schepper, wiens Wil niet gescheiden kan zijn van die van hemzelf. Dit is hoe de Zoon van God zijn eigen wil vervangt, een onbezonnen opstand tegen dat wat ontegenzeggelijk eeuwig is. Dit is de stelling dat hij de macht heeft God Zijn macht te ontnemen en die aldus voor zichzelf te nemen en zo zichzelf af te houden van wat God voor hem heeft gewild. Dit is het dwaas idee dat je in een schrijn op je altaren hebt gezet, en dat jij aanbidt. En alles waardoor dit wordt bedreigd lijkt jouw geloof aan te vallen, want hierin is het geïnvesteerd. Meen niet dat je zonder geloof bent, want je geloof en je vertrouwen hierin zijn wel degelijk sterk.
7. Voor de Heilige Geest is het een klein kunstje om jou geloof in heiligheid te geven en de visie om die te zien. Maar jij hebt het altaar niet open en onbezet gelaten daar waar de gaven thuishoren. Waar die zouden moeten zijn, heb jij je afgoden aan iets anders gewijd. Aan deze andere ‘wil’, die jou lijkt te vertellen wat er dient te gebeuren, verleen jij werkelijkheid. En wat jou iets anders wil laten zien, moet daarom wel onwerkelijk lijken. Al wat jou gevraagd wordt is dat je ruimte voor de waarheid maakt. Er wordt jou niet gevraagd iets te maken of te doen wat jouw begrip te boven gaat. Het enige wat jou gevraagd wordt is het binnen te laten, alleen op te houden datgene tegen te werken wat vanzelf gebeurt, en eenvoudigweg weer de aanwezigheid te herkennen van dat waarvan jij dacht dat je het weggegeven had.
8. Wees voor een moment bereid je altaar vrij te houden van wat jij daarop hebt geplaatst, en wat daar werkelijk is kan jou niet ontgaan. Het heilig ogenblik is niet een moment van schepping, maar van inzicht. Want inzicht komt voort uit visie en opgeschort oordeel. Dan pas is het mogelijk naar binnen te kijken en te zien wat daar, in het volle zicht, en volkomen onafhankelijk van enige gevolgtrekking of oordeel, wel aanwezig moet zijn. Ongedaan maken is niet jouw taak, maar het is wel aan jou dit al dan niet te verwelkomen. Geloof en verlangen gaan hand in hand, want iedereen gelooft in wat hij wenst.
9. We hebben al gezegd dat wensdenken de manier is waarop het ego omgaat met wat het wil, om dat voor elkaar te krijgen. Er bestaat geen betere demonstratie van de macht van verlangen, en dus van geloof, om zijn doelen de schijn van realiteit en mogelijkheid te geven. Geloof in het onwerkelijke leidt tot aanpassingen van de werkelijkheid om haar in het doel van de waanzin te laten passen. Het doel van de zonde veroorzaakt de waarneming van een beangstigende wereld om haar bedoeling te rechtvaardigen. Wat je verlangt, dat zul je zien. En als de realiteit daarvan vals is, zul je die instandhouden door je geen rekenschap te geven van alle aanpassingen die jij al hebt aangebracht om dit tot stand te brengen.
10. Wanneer visie wordt afgewezen, is het onvermijdelijk dat oorzaak en gevolg met elkaar worden verward. Nu wordt het doel de oorzaak van het gevolg verborgen te houden, en het gevolg er als oorzaak uit te laten zien. Die ogenschijnlijke onafhankelijkheid van het gevolg stelt het in staat als opzichzelfstaand te worden beschouwd, en bij machte om als oorzaak te dienen van de gebeurtenissen en de gevoelens waarvan zijn maker meent dat het die veroorzaakt. We hebben eerder al gesproken over je verlangen je eigen schepper te scheppen en diens vader te zijn, en niet zijn zoon. Dit is hetzelfde verlangen. De Zoon is het Gevolg, wiens Oorzaak hij verloochent. En zo lijkt hij de oorzaak te zijn, die werkelijke gevolgen voortbrengt. Niets kan gevolgen hebben zonder een oorzaak, en de twee verwarren betekent niets anders dan ze beide niet begrijpen.
11. Het is even noodzakelijk dat je inziet dat jij de wereld die je ziet hebt gemaakt als dat je inziet dat jij jezelf niet hebt geschapen. Het is dezelfde vergissing. Niets wat niet door je Schepper is geschapen heeft enige invloed op jou. En als je denkt dat wat jij gemaakt hebt jou kan vertellen wat jij ziet en voelt, en jij geloof stelt in zijn vermogen dit te doen, verloochen jij je Schepper en geloof je dat jij jezelf hebt gemaakt. Want als je denkt dat de wereld die jij gemaakt hebt de macht heeft van jou te maken wat zij wil, dan verwar je de Zoon met de Vader, het gevolg met de Bron.
12. De scheppingen van de Zoon zijn als die van zijn Vader. Maar wanneer hij ze schept, maakt de Zoon zichzelf niet wijs dat hij onafhankelijk is van zijn Bron. Zijn verbondenheid met Haar is de bron van wat hij schept. Los hiervan heeft hij geen scheppingskracht, en is wat hij maakt zonder betekenis. Het verandert niets in de schepping, is volledig aangewezen op de waanzin van zijn maker, en kan niet dienen om die waanzin te rechtvaardigen. Je broeder denkt dat hij samen met jou de wereld heeft gemaakt. Zo ontkent hij de schepping. Samen met jou denkt hij dat de wereld die hij gemaakt heeft, hem heeft gemaakt. Zo ontkent hij dat hij die gemaakt heeft.
13. De waarheid is echter dat jij en je broeder beiden geschapen zijn door een liefhebbende Vader, die jullie tezamen en als één geschapen heeft. Zie wat iets anders ‘bewijst’, en je ontkent je hele werkelijkheid. Maar geef toe dat al wat tussen jou en je broeder in lijkt te staan en jullie van elkaar en van jullie Vader gescheiden houdt, door jou in het geheim is gemaakt, en het ogenblik van bevrijding is voor jou aangebroken. Alle gevolgen ervan zijn verdwenen, omdat de bron is blootgelegd. Het is zijn schijnbare onafhankelijkheid van zijn bron die jou gevangen houdt. Dit is dezelfde vergissing als te denken dat je onafhankelijk bent van de Bron die jou geschapen heeft, en die jij nooit verlaten hebt.

Het hele ontwakings proces is gebaseerd op jou bereidwilligheid om anders naar de dingen te gaan kijken.
Om van gedachten te veranderen.

Het gaat niet om het verbeteren van wie je niet bent.
Maar het ont-dekken van wie je wel bent.

Slapen: leven met het verkeerde idee over wie je denkt te zijn.
Ontwaken: je dit realiseren, en het ongedaan maken van dit verkeerde idee, wat nooit was.
“Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.”
Jezus, Johannes 3:8