Overpeinzingen

Een Cursus in Wonderen, een  spectaculair, totaal compromisloos, levend spiritueel werk, op dit moment beschikbaar op aarde, voor jou. Het is een wonder!

Hieronder geef ik weer Hoofdstuk 31, sectie III uit Een Cursus In Wonderen

Wie zichzelf beschuldigt

 
1. Alleen wie zichzelf beschuldigt veroordeelt. Nu jij je voorbereidt op een keuze die tot andere resultaten leidt, is er allereerst iets dat je uit-en-te-na leren moet. Het moet een gewoontereactie worden die zo karakteristiek is voor alles wat je doet, dat het jouw primaire reactie wordt op elke verleiding en elke situatie die zich voordoet. Leer dit, en leer het goed, want hier wordt het uitstel van je geluk bekort met een tijdsspanne waarvan jij je geen voorstelling kunt maken. Je haat je broeder nooit om zijn zonden, maar alleen om die van jou. Welke vorm zijn zonden ook lijken aan te nemen, deze verhult slechts het feit dat jij gelooft dat ze de jouwe zijn en daarom een ‘gerechtvaardigde’ aanval verdienen.
2. Waarom zouden zijn zonden zonden zijn, als jij niet geloofde dat ze in jou niet kunnen worden vergeven? Waarom zijn ze in hem werkelijk, als jij niet geloofde dat ze jouw werkelijkheid zijn? En waarom val je ze overal aan, als het niet was omdat jij jezelf haat? Ben jij soms een zonde? Telkens wanneer je aanvalt, antwoord je met ‘ja’, want door aan te vallen bevestig je dat je schuldig bent, en dat je moet geven naargelang je verdient. En wat kun je anders verdienen dan wat jij bent? Als je zelf niet geloofde dat je een aanval verdiende, zou het helemaal nooit in je opkomen iemand aan te vallen. Waarom zou je ook? Wat zou je er bij winnen? Wat zou het resultaat kunnen zijn dat jij wensen zou? “En hoe zou moord jou tot voordeel kunnen strekken?
3. Zonden zitten in lichamen. Ze worden niet in denkgeesten waargenomen. Ze worden niet gezien als doelen, maar als daden. Lichamen handelen, denkgeesten niet. En daarom moet het lichaam opdraaien voor wat het doet. Het wordt niet als iets passiefs gezien wat jouw bevelen gehoorzaamt en uit zichzelf in het geheel niets doet. Als jij zonde bent, ben je een lichaam, want de denkgeest handelt niet. En intentie moet dan in het lichaam liggen, en niet in de denkgeest. Het lichaam moet dan zelfstandig opereren, en zichzelf motiveren. Als jij zonde bent sluit je de denkgeest in het lichaam op, en draag je zijn intentie over op zijn gevangenis, die in zijn plaats handelt. Een cipier volgt geen bevelen op, maar legt bevelen op aan de gevangene.
4. Toch is het lichaam, niet de denkgeest, de gevangene. Het lichaam denkt geen gedachten. Het heeft niet de macht te leren, te vergeven of te onderwerpen. Het geeft geen bevelen waarnaar de denkgeest zich voegen moet, en stelt geen voorwaarden waaraan hij moet voldoen. Het houdt slechts de gewillige denkgeest gevangen die erin verblijven wil. Het wordt ziek op bevel van de denkgeest die zijn gevangene wil zijn. En het wordt oud en sterft, omdat die denkgeest ziek is in zichzelf. Leren is het enige dat verandering teweegbrengt. En dus zou het lichaam, waarin geen leerproces kan plaatsvinden, nooit kunnen veranderen, tenzij de denkgeest verkoos dat het lichaam in zijn verschijningsvormen verandert, om aan de bedoeling te beantwoorden die de denkgeest eraan geeft. Want de denkgeest kan leren, en daar wordt alle verandering teweeggebracht.
5. De denkgeest die denkt dat hij een zonde is, heeft maar één doel: dat het lichaam de bron van zonde zou zijn, teneinde het in de gevangenis te houden die hij gekozen heeft en bewaakt, en waar hij zichzelf in vasthoudt als een slapende gevangene ten prooi aan de grommende honden van haat en kwaad, van ziekte en aanval, van pijn en ouderdom, en van lijden en verdriet. Hier worden de offergedachten bewaard, want hier regeert schuld, die beveelt dat de wereld moet zijn zoals hij: een plaats waar niets genade kan vinden en evenmin de vernietigende werking van de angst kan overleven, behalve in moord en dood. Want hier word jij tot zonde gemaakt, en zonde kan hen die vreugdevol en vrij zijn niet verdragen, want dat zijn de vijanden die de zonde dient te doden. In de dood wordt de zonde bewaard, en zij die denken dat ze zonde zijn, moeten sterven omwille van wat ze denken te zijn.
6. Laten we blij zijn dat jij zult zien wat je gelooft, en dat het jou gegeven is te veranderen wat je gelooft. Het lichaam zal alleen maar volgen. Het kan jou nooit ergens heenleiden waar jij niet wilt zijn. Het waakt niet over je slaap, en mengt zich niet in je ontwaken. Bevrijd je lichaam uit deze gevangenschap, en je zult niemand als de gevangene zien van dat waaraan jij bent ontsnapt. Je zult je uitverkoren vijanden niet in de greep van schuld willen houden, noch degenen die jij als vrienden beschouwt geketend willen laten blijven aan de illusie van een veranderende liefde.
7. De onschuldigen brengen vrijheid, in dankbaarheid voor hun bevrijding. En wat zij zien houdt hun vrijwaring in stand van gevangenschap en dood. Stel je denkgeest open voor verandering, en er zal geen oeroude straf van jouw broeder of van jou worden geëist. Want er is geen offer dat kan worden gevraagd, en er is geen offer dat kan worden gebracht, zo heeft God gezegd.

Het hele ontwakings proces is gebaseerd op jou bereidwilligheid om anders naar de dingen te gaan kijken.
Om van gedachten te veranderen.

Het gaat niet om het verbeteren van wie je niet bent.
Maar het ont-dekken van wie je wel bent.

Slapen: leven met het verkeerde idee over wie je denkt te zijn.
Ontwaken: je dit realiseren, en het ongedaan maken van dit verkeerde idee, wat nooit was.
“Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.”
Jezus, Johannes 3:8