Overpeinzingen

Een Cursus in Wonderen, een  spectaculair, totaal compromisloos, levend spiritueel werk, op dit moment beschikbaar op aarde, voor jou. Het is een wonder!

 Hoofdstuk 27, sectie VIII uit Een Cursus In Wonderen

De “held” van de droom

 
1. Het lichaam is de centrale figuur in de droom van de wereld. Het ontbreekt in geen enkele droom, en evenmin bestaat het zonder de droom waarin het optreedt alsof het een persoon was die kan worden gezien en geloofd. Het neemt de centrale plaats in in iedere droom die het verhaal vertelt hoe het door andere lichamen werd gemaakt en in een wereld buiten het lichaam werd geboren, daar een tijdje leeft en sterft, teneinde in het stof te worden verenigd met andere lichamen die sterven zoals hij. In de korte tijd die het is vergund te leven, zoekt het naar andere lichamen als zijn vriend of vijand. Zijn veiligheid is zijn voornaamste zorg. Zijn welbehagen is zijn richtlijn. Het probeert genoegens na te jagen en die dingen te vermijden die hem pijn kunnen doen. En bovenal probeert het zichzelf bij te brengen dat zijn pijnen en genoegens van elkaar verschillen en onderscheiden kunnen worden.
2. Het dromen van de wereld neemt vele vormen aan, omdat het lichaam op vele manieren probeert te bewijzen dat het autonoom en werkelijk is. Het tooit zichzelf met dingen die het gekocht heeft met metalen schijfjes of met strookjes papier waarvan de wereld proclameert dat ze waardevol en werkelijk zijn. 
Het werkt om die te verkrijgen door zinloze dingen te doen, en smijt ermee in ruil voor zinloze dingen die het niet nodig heeft, en zelfs niet wil. Het huurt andere lichamen in, zodat die het kunnen beschermen en nog meer zinloze dingen kunnen vergaren die het zijn eigendom noemen kan. Het zoekt om zich heen naar speciale lichamen die zijn droom kunnen delen. Soms droomt het dat het de overwinnaar is van lichamen zwakker dan hij. Maar in sommige fasen van de droom is het de slaaf van lichamen die hem willen kwetsen en kwellen.
3. De serie avonturen van het lichaam, vanaf het tijdstip van de geboorte tot aan de dood, vormen het thema van iedere droom die de wereld ooit heeft gehad. De ‘held’ van deze droom zal nooit veranderen, en zijn bedoeling evenmin. Hoewel de droom zelf vele vormen aanneemt, en ogenschijnlijk een grote verscheidenheid laat zien aan plaatsen en gebeurtenissen waarin zijn ‘held’ zich bevindt, heeft de droom maar één bedoeling die op vele manieren wordt onderwezen. Deze ene les probeert het steeds en steeds opnieuw en nogmaals te onderwijzen: dat het zelf oorzaak is, en geen gevolg. En jij bent zijn gevolg, en kunt zijn oorzaak niet zijn.
4. Zo ben jij niet de dromer, maar de droom. En dus dool je doelloos plaatsen en gebeurtenissen in en uit die de droom spint. Dat dit alles is wat het lichaam doet is waar, want het is slechts een figuur in een droom. Maar wie reageert op figuren in een droom tenzij hij ze als werkelijk beschouwt? Zodra hij ze ziet zoals ze zijn, hebben ze niet langer effect op hem, omdat hij begrijpt dat hij aan hen hun gevolgen heeft gegeven door ze te veroorzaken, en ze een schijn van werkelijkheid te verlenen.
5. Hoezeer ben jij bereid te ontkomen aan de gevolgen van alle dromen die de wereld ooit heeft gehad? Is het jouw wens dat geen enkele droom de oorzaak lijkt van wat jij doet? Laten we dan gewoon naar het begin van de droom kijken, want het deel dat jij ziet is slechts het tweede deel, waarvan de oorzaak in het eerste ligt. Niemand die slaapt en in de wereld aan het dromen is, herinnert zich zijn aanval op zichzelf. Niemand gelooft dat er werkelijk een tijd is geweest dat hij niets van een lichaam wist en zich deze wereld nooit als werkelijk kon hebben voorgesteld. Hij zou meteen gezien hebben dat deze ideeën een en dezelfde illusie behelzen, te belachelijk voor iets anders dan te worden weggelachen. Hoe serieus, hoe ernstig lijken ze nu! En niemand kan zich herinneren wanneer ze met gelach en ongeloof werden begroet. Wij kunnen ons dit wel herinneren, als we hun oorzaak maar direct onder ogen zien. Dan zullen we reden tot lachen zien, en geen grond voor angst.
6. Laten we de droom die hij heeft weggegeven teruggeven aan de dromer, die de droom ziet als iets los van hem dat hem is aangedaan. In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen. Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen, die juist betekent dat er geen tijd bestaat.
7. Een tijdloosheid waarin de tijd tot werkelijkheid is gemaakt, een deel van God dat zichzelf kan aanvallen, een afgescheiden broeder als vijand, een denkgeest in een lichaam: het zijn allemaal vormen van circulariteit waarvan het einde bij haar uitgangspunt begint, en bij haar oorzaak eindigt. De wereld die jij ziet is een precieze weergave van wat jij dacht te hebben gedaan. Behalve dat je nu denkt dat wat jij deed jou is aangedaan. De schuld voor wat jij hebt gedacht wordt buiten jezelf gelegd, op een schuldige wereld die in jouw plaats jouw dromen droomt en jouw gedachten denkt. Ze brengt haar wraak, niet de jouwe. Ze houdt je eng in een lichaam opgesloten, dat ze bestraft vanwege al de zondige zaken die het lichaam uitricht in haar droom. Jij hebt niet de macht ervoor te zorgen dat het lichaam zijn kwade daden stopzet, omdat jij het niet gemaakt hebt en geen controle kunt uitoefenen op zijn handelingen, zijn doel of zijn lot.
8. De wereld demonstreert slechts een oeroude waarheid: je zult geloven dat anderen jou precies datgene aandoen wat jij denkt dat jij hun hebt aangedaan. Maar als je eenmaal jezelf zover hebt gebracht hun de schuld te geven, zul je de oorzaak niet zien van wat ze doen, omdat jij verlangt dat de schuld op hen rust. Hoe kinderachtig is de koppige manoeuvre om je onschuld te behouden door de schuld naar buiten af te schuiven, maar nooit los te laten! Het is niet makkelijk de grap daarvan te zien wanneer jouw ogen overal rondom je de zware gevolgen ervan aanschouwen, maar zonder hun onbeduidende oorzaak. Zonder de oorzaak lijken de gevolgen ervan inderdaad ernstig en droevig. Toch volgen ze er slechts uit. En het is juist hun oorzaak die uit niets volgt, en slechts een grap is.
9. Met mild gelach neemt de Heilige Geest de oorzaak waar, en kijkt niet naar de gevolgen. Hoe zou Hij anders jouw dwaling kunnen corrigeren, jij die de oorzaak volkomen over het hoofd hebt gezien? Hij nodigt jou uit ieder verschrikkelijk gevolg bij Hem te brengen, zodat jullie samen naar de dwaze oorzaak ervan kunnen kijken, en jij met Hem een ogenblik kunt lachen. ]ij beoordeelt gevolgen, maar Hij heeft hun oorzaak beoordeeld. En door Zijn oordeel zijn de gevolgen weggenomen. Misschien kom jij in tranen. Maar hoor hoe Hij zegt: ‘Mijn broeder, heilige Zoon van God, aanschouw je ijdele droom waarin dit kon gebeuren.’ En je zult het heilig ogenblik verlaten met jouw lachen en dat van jouw broeder, vergezeld van het Zijne.
10. Het geheim van de verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet. Wat ook de vorm van de aanval is, dit is nog steeds waar. Wie ook de rol van vijand of van aanvaller op zich neemt, dit is nog steeds de waarheid. Wat ook de oorzaak lijkt van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds waar. Je zou namelijk helemaal niet reageren op figuren in een droom waarvan je wist dat je die droomde. Laat ze zo haatdragend en kwaadaardig zijn als ze maar zijn, ze kunnen geen effect op jou hebben, behalve wanneer jij naliet in te zien dat het jouw droom is.
11. Is deze ene les geleerd, dan zal ze jou bevrijden van elke vorm van lijden. De Heilige Geest zal deze ene alomvattende les van bevrijding herhalen tot ze is geleerd, ongeacht de vorm van lijden die jou pijn bezorgt. Welk leed jij ook bij Hem brengt, Hij zal met deze heel eenvoudige waarheid antwoord geven. Want dit ene antwoord zal de oorzaak wegnemen van iedere vorm van verdriet of pijn. De vorm beïnvloedt Zijn antwoord allerminst, want Hij wil jou slechts de ene oorzaak van alle onderwijzen, ongeacht hun vorm. En jij zult begrijpen dat wonderen de eenvoudige uitspraak weerspiegelen: ‘Ik heb dit gedaan, en dit is wat ik ongedaan wil maken.’
12. Breng dan ook alle vormen van lijden naar Hem die weet dat elk ervan is als de rest. Hij ziet geen verschillen waar er geen bestaan, en Hij zal jou leren hoe elk daarvan veroorzaakt is. Niet een heeft een andere oorzaak dan alle andere, en ze worden allemaal met gemak ongedaan gemaakt door slechts één enkele les die waarlijk is geleerd. De verlossing is een geheim dat jij alleen voor jezelf hebt weggehouden. Dit is wat het universum verkondigt. Maar aan haar getuigen schenk jij totaal geen aandacht. Want zij getuigen juist van wat jij niet wilt weten. Ze lijken dat voor jou geheim te houden. Toch hoef je slechts te leren dat je er alleen maar voor gekozen hebt om niet te luisteren, niet te zien.
13. Hoe anders zul je de wereld zien wanneer je dit hebt ingezien! Wanneer je de wereld jouw schuld vergeeft, zul jij er vrij van zijn. Haar onschuld vereist niet jouw schuld, noch berust jouw schuldeloosheid op haar zonden. Dit is het voor de hand liggende; een geheim dat voor niemand dan jouzelf is weggehouden. En dit is het wat jou gescheiden van de wereld heeft gehouden, en jouw broeder gescheiden heeft gehouden van jou. Nu hoef je nog maar te leren dat jullie beiden onschuldig zijn, of schuldig. Het enige dat onmogelijk is, is dat jullie niet gelijk zijn aan elkaar; dat ze beide waar zijn. Dit is het enige geheim dat nog geleerd dient te worden. En het zal geen geheim zijn dat jij genezen bent.

Het hele ontwakings proces is gebaseerd op jou bereidwilligheid om anders naar de dingen te gaan kijken.
Om van gedachten te veranderen.

Het gaat niet om het verbeteren van wie je niet bent.
Maar het ont-dekken van wie je wel bent.

Slapen: leven met het verkeerde idee over wie je denkt te zijn.
Ontwaken: je dit realiseren, en het ongedaan maken van dit verkeerde idee, wat nooit was.
“Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.”
Jezus, Johannes 3:8