6. Wat is de Christus?

Christus is de Zoon van God zoals Hij Hem geschapen heeft. Hij is het Zelf dat wij delen, dat ons met elkaar verenigt, en tevens met God. Hij is de Gedachte die nog steeds woont in de Denkgeest die Zijn Bron is. Hij heeft Zijn heilige woning niet verlaten, noch de onschuld verloren waarin Hij geschapen werd. Hij woont voor eeuwig onveranderd in de Denkgeest van God.

Christus is de schakel die jou in eenheid houdt met God en er borg voor staat dat de afscheiding niet meer is dan een illusie van wanhoop, want hoop zal eeuwig in Hem verblijven. Jouw denkgeest maakt deel uit van de Zijne en de Zijne van die van jou. Hij is het deel waarin Gods Antwoord ligt, waarin alle beslissingen al genomen en dromen voorbij zijn. Hij blijft onaangeroerd door wat de ogen van het lichaam ook zien. Want hoewel Zijn Vader in Hem het middel voor jouw verlossing heeft geplaatst, blijft Hij toch het Zelf dat, zoals Zijn Vader, van geen zonde weet.

Als woning van de Heilige Geest, en thuis alleen in God, blijft Christus vredig in de Hemel van jouw heilige denkgeest. Dit is het enige deel van jou dat in waarheid werkelijkheid bezit. De rest zijn dromen. Maar deze dromen zullen aan Christus worden gegeven om in het aanschijn van Zijn glorie te vervliegen en jouw heilige Zelf, de Christus, eindelijk aan jou te openbaren.

Vanuit de Christus in jou reikt de Heilige Geest naar al jouw dromen en nodigt die uit tot Hem te komen, om in waarheid te worden omgezet. Hij zal ze inruilen voor de laatste droom, die God heeft aangewezen als het eind der dromen. Want wanneer vergeving op de wereld rust en vrede over iedere Zoon van God gekomen is, wat kan er dan nog zijn dat dingen gescheiden houdt, want wat blijft er nog te zien behalve Christus’ gelaat?

En hoe lang zal dit heilige gelaat te zien zijn, wanneer het slechts het symbool is dat de leertijd nu voorbij is, en het doel van de Verzoening eindelijk is bereikt? Laten we daarom proberen het gelaat van Christus te vinden en naar niets anders te kijken. Wanneer we Zijn heerlijkheid aanschouwen, weten we dat we geen behoefte meer hebben aan leren, aan waarneming of aan tijd, of aan iets anders dan het heilige Zelf, de Christus die God geschapen heeft als Zijn Zoon.

 

Les 277.

Laat mij Uw Zoon niet binden door wetten die ik heb gemaakt.

1. Uw Zoon is vrij, mijn Vader. Laat ik me niet inbeelden dat ik hem gebonden heb door de wetten die ik heb gemaakt om over het lichaam te regeren. Hij is niet onderworpen aan enige wet die ik heb gemaakt en waarmee ik probeer het lichaam tot iets zekerders te maken. Hij wordt niet veranderd door wat veranderlijk is. Hij is geen slaaf van enige wet van de tijd. Hij is zoals U hem geschapen hebt, omdat hij geen andere wet kent dan de wet van de liefde.

2. Laten we geen afgoden aanbidden, noch in enige wet geloven die afgoderij pleegt op te stellen om de vrijheid van de Zoon van God te verbergen. Hij is door niets gebonden behalve door zijn overtuigingen. Maar wat hij is, stijgt ver uit boven zijn geloof in slavernij of vrijheid. Hij is vrij, want hij is zijn Vaders Zoon. En hij kan niet gebonden zijn, tenzij Gods waarheid liegen kan en God kan willen dat Hij Zichzelf misleidt.