5. Wat is het lichaam?

 

Het lichaam is een hek dat de Zoon van God zich verbeeldt te hebben neergezet om delen van zijn Zelf af te scheiden van andere delen. Binnen dit hekwerk denkt hij te leven, om te sterven als dat afbrokkelt en uiteen­valt. Want binnen dit hek denkt hij dat hij voor de liefde veilig is. Omdat hij zich vereenzelvigt met zijn veiligheid, beschouwt hij zichzelf als datge­ne wat zijn veiligheid uitmaakt. Hoe zou hij er anders zeker van kunnen zijn dat hij binnen het lichaam blijft en de liefde buiten houdt?

Het lichaam is niet blijvend. Maar dit ziet hij als dubbele veiligheid. De voorbijgaande aard van Gods Zoon is immers het ‘bewijs’ dat zijn omhei­ningen werken en de taak uitvoeren die zijn denkgeest ze toebedeelt. Want als zijn eenzijn nog steeds onaangetast was, wie zou dan kunnen aanvallen en wie zou aangevallen kunnen worden? Wie zou overwinnaar kunnen zijn? En wie diens prooi? Wie zou slachtoffer kunnen zijn? En wie de moordenaar? En als hij niet doodging, welk ‘bewijs’ is er dan dat Gods eeuwige Zoon kan worden vernietigd?

Het lichaam is een droom. Zoals andere dromen schijnt het soms een beeld van geluk te schilderen, maar kan het heel plotseling omslaan in angst, waaruit iedere droom ontstaat. Want alleen liefde schept in waar­heid, en de waarheid kan nooit bang zijn. Gemaakt om beangstigend te zijn, moet het lichaam wel het doel dienen dat eraan gegeven is. Maar wij kunnen het doel veranderen waaraan het lichaam zal gehoorzamen, door anders te gaan denken over waartoe het dient.

Het lichaam is het middel waardoor Gods Zoon zijn innerlijke gezond­heid hervindt. Hoewel het gemaakt werd om hem zonder ontsnappings­mogelijkheid in te sluiten in de hel, is nu het hemelse doel voor het najagen van de hel in de plaats gekomen. De Zoon van God reikt zijn broeder de hand om hem te helpen samen met hem de weg te gaan. Nu is het lichaam heilig. Nu dient het om de denkgeest te genezen, terwijl het gemaakt was om die te doden.

Je zult je vereenzelvigen met dat waarvan jij denkt dat het jou veiligheid biedt. Wat het ook mag zijn, je zult geloven dat het één is met jou. Jouw veiligheid ligt in de waarheid en niet in leugens. Liefde is jouw veiligheid. Angst bestaat niet. Vereenzelvig je met liefde en je bent veilig. Vereenzelvig je met liefde en je bent thuis. Vereenzelvig je met liefde en vind jouw Zelf.

 

LES 269

Mijn ogen zijn gericht op Christus’ gelaat.

1. Ik vraag vandaag Uw zegen over mijn blik. Het is het middel dat U verkozen hebt als de manier om me mijn vergissingen te tonen en daaraan voorbij te zien. Het is me gegeven om met behulp van de Gids die U mij geschonken hebt tot een nieuwe waarneming te komen, en door middel van Zijn lessen de waarneming te overstijgen en tot de waarheid terug te keren. Ik vraag om de illusie die alle illusies te boven gaat die ik heb gemaakt. Vandaag kies ik ervoor een vergeven wereld te zien, waarin eenieder mij het gelaat van Christus toont, en me leert dat wat ik zie mij toebehoort; dat er niets is behalve Uw heilige Zoon.

2. Vandaag wordt onze blik waarlijk gezegend. We delen één visie, wanneer we het gelaat zien van Hem wiens Zelf het onze is. Wij zijn één vanwege Hem die de Zoon van God is, vanwege Hem die onze eigen Identiteit is.