Deel II

Inleiding

Woorden zullen nu maar weinig meer betekenen. We gebruiken ze slechts als leidraad waarvan we nu niet meer afhankelijk zijn. Want nu zoeken we alleen rechtstreekse ervaring van de waarheid. De resterende lessen vormen louter een inleiding tot het tijdstip waarop we de wereld van pijn verlaten om de vrede binnen te gaan. Nu beginnen we het doel dat deze cursus heeft gesteld te bereiken, en komen we tot het einde waar­op ons oefenen steeds was gericht.

Nu proberen we de oefening eenvoudig een begin te laten zijn. Want in stille afwachting wachten we op onze God en Vader. Hij heeft beloofd dat Hij de laatste stap Zelf zal zetten. En we zijn er zeker van dat Hij Zijn be­loften houdt. We zijn ver gekomen op onze weg, en wachten nu op Hem. We zullen doorgaan elke ochtend en elke avond tijd met Hem door te brengen, zolang ons dat gelukkig maakt. We zullen de tijd niet langer be­schouwen als een kwestie van duur. We gebruiken zoveel we nodig heb­ben voor het resultaat dat we verlangen. Ook zullen we onze uurlijkse herinneringen daartussenin niet vergeten, en God aanroepen wanneer we Hem nodig hebben, als we in de verleiding komen ons doel te vergeten.

We zullen doorgaan met een centrale gedachte voor elke dag die komt, en die gedachte gebruiken om onze tijden van rust in te leiden en onze denkgeest zo nodig te kalmeren. Toch zullen we ons niet tevredenstellen met simpel oefenen in de resterende heilige ogenblikken die het jaar be­sluiten dat we aan God gegeven hebben. We zeggen enkele eenvoudige woorden van welkom en verwachten dat onze Vader Zichzelf openbaart, zoals Hij heeft beloofd. We hebben Hem aangeroepen, en Hij heeft be­loofd dat Zijn Zoon niet zonder antwoord blijft wanneer hij Zijn Naam aanroept.

Nu komen we tot Hem met alleen Zijn Woord in onze denkgeest en in ons hart, en wachten we tot Hij de stap naar ons toe zet die Hij, zoals Hij ons via Zijn Stem heeft verteld, niet zal nalaten te zetten wanneer we Hem daartoe uitnodigen. Hij heeft Zijn Zoon in al diens waanzin niet verlaten, noch diens vertrouwen in Hem geschonden. Heeft Hij met Zijn trouw niet de uitnodiging verdiend die Hij zoekt om ons gelukkig te maken? Die uit­nodiging zullen we aanbieden en ze zal worden aanvaard. Zo zullen nu onze ogenblikken met Hem worden besteed. We zeggen de uitnodigende woorden die Zijn Stem ons ingeeft en dan wachten we op Zijn komst.

Nu is de tijd der profetie vervuld. Nu zijn alle aloude beloften gehand­haafd en ten volle gehouden. Er rest geen stap die de tijd kan scheiden van zijn vervulling. Want nu kunnen we niet falen. Zit in stilte en wacht op je Vader. Het is Zijn Wil naar jou toe te komen wanneer jij hebt inge­zien dat het jouw wil is dat Hij dat doet. En je zou nooit zo ver hebben kunnen komen als je niet inzag, hoe vaag ook, dat het jouw wil is.

Ik ben zo dicht bij je dat we niet kunnen falen. Vader, we geven deze hei­lige momenten aan U, uit dankbaarheid jegens Hem die ons geleerd heeft hoe we de wereld van verdriet kunnen verlaten in ruil voor haar vervan­ging, die U ons hebt gegeven. We kijken nu niet achterom. We kijken vooruit en vestigen onze blik op het eind van de reis. Neem deze kleine dankgeschenken van ons aan, nu wij met de visie van Christus achter de wereld die wij hebben gemaakt een andere aanschouwen, en die beschou­wen als de volledige vervanging van die van ons.

En nu wachten we in stilte, onbevreesd en zeker van Uw komst. We heb­ben onze weg proberen te vinden door de Gids te volgen die U ons gezon­den hebt. Wij kenden de weg niet, maar U bent ons niet vergeten. En we weten dat U ons nu niet vergeten zult. We vragen slechts dat Uw aloude beloften worden gehouden, zoals dat Uw Wil is. Door dit te vragen, wil­len we dit met U. De Vader en de Zoon, wier heilige Wil al-wat-is gescha­pen heeft, kunnen in niets falen. In deze zekerheid ondernemen we deze laatste paar stappen naar U, en verlaten ons in vertrouwen op Uw Liefde, die niet de Zoon in de steek zal laten die tot U roept.

En zo beginnen we aan het laatste deel van dit ene heilige jaar, dat we sa­men hebben doorgebracht zoekend naar de waarheid en naar God, haar ene Schepper. We hebben de weg gevonden die Hij voor ons gekozen heeft, en hebben de keuze gemaakt die te volgen zoals Hij dat van ons wil. Zijn Hand heeft ons overeind gehouden. Zijn Gedachten hebben de duis­ternis van onze denkgeest verlicht. Zijn Liefde heeft ons onophoudelijk toegeroepen sinds het begin der tijden.

Wij hadden de wens dat God er niet in slagen zou de Zoon te hebben die Hij voor Zichzelf geschapen heeft. We wilden dat God Zichzelf verander­de, en zou zijn wat wij van Hem wilden maken. En we geloofden dat onze waanzinnige verlangens de waarheid waren. Nu zijn we blij dat dit alle­maal ongedaan is gemaakt, en dat we niet langer denken dat illusies waar zijn. De Godsherinnering schemert aan de wijde horizonten van onze denkgeest. Nog even, en ze zal weer opkomen. Nog even, en wij die Gods Zonen zijn, zijn veilig thuis, waar Hij wil dat we zijn.

Nu is de noodzaak om te oefenen bijna voorbij. Want in dit laatste deel zullen we gaan begrijpen dat we slechts God hoeven aan te roepen, en alle verleidingen verdwijnen. In plaats van woorden hoeven we slechts Zijn Liefde te voelen. In plaats van gebeden hoeven we slechts Zijn Naam te noemen. In plaats van te oordelen hoeven we slechts stil te zijn en alles te laten genezen. We zullen de manier aanvaarden waarop Gods plan eindi­gen zal, zoals we de manier ontvingen waarop het begonnen is. Nu is het voltooid. Dit jaar heeft ons tot de eeuwigheid gebracht.

We handhaven één ander gebruik van woorden. Van tijd tot tijd zullen onze dagelijkse lessen en de perioden van woordeloze, diepe ervaring die daarop zouden moeten volgen, afgewisseld worden door instructies over een thema van speciaal belang. Deze speciale gedachten horen elke dag te worden herhaald, waarmee je steeds doorgaat tot de volgende je gegeven wordt. Ze dienen langzaam gelezen en even overdacht te worden, vooraf­gaand aan een van de heilige, gezegende momenten van die dag. We ge­ven de eerste van deze instructies nu.

 

1. Wat is vergeving?

Vergeving ziet in dat wat je dacht dat je broeder jou heeft aangedaan, niet heeft plaatsgevonden. Wat ze niet doet is: zonden kwijtschelden en ze werkelijk maken. Ze ziet dat er geen zonde is geweest. En in die zienswij­ze zijn al jouw zonden vergeven. Wat is zonde anders dan een onjuist idee omtrent Gods Zoon? Vergeving ziet eenvoudig de onjuistheid daarvan en laat het daarom los. Wat dan vrij is om nu de plaats daarvan in te nemen, is de Wil van God.

Een niet-vergevende gedachte is er een die een oordeel velt dat ze niet in twijfel trekt, ook al is het niet waar. De denkgeest is gesloten en zal niet worden bevrijd. De gedachte beschermt projectie en trekt haar ketenen strakker aan, zodat vervormingen meer versluierd en verborgen zijn, min­der makkelijk toegankelijk voor twijfel en verder weggehouden van ge­zond verstand. Wat kan er komen tussen een starre projectie en het doel dat ze als haar gewenste bestemming gekozen heeft?

Een niet-vergevende gedachte doet vele dingen. In koortsachtige actie jaagt ze haar doel na, waarbij ze verwringt en omverwerpt wat ze als een doorkruising van haar gekozen pad beschouwt. Verdraaiing is haar doel en tevens het middel waarmee ze dat tot stand wil brengen. Ze doet woes­te pogingen de werkelijkheid te vermorzelen, zonder zich ook maar enigs­zins te bekommeren om wat haar gezichtspunt lijkt tegen te spreken.

Vergeving daarentegen is stil en doet in alle rust niets. Ze schendt geen enkel aspect van de werkelijkheid, en probeert die evenmin te verdraaien tot een verschijningsvorm die haar aanstaat. Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet. Wie niet wil vergeven, moet wel oordelen, want hij moet zijn onvermogen om te vergeven rechtvaardigen. Maar wie zichzelf verge­ven wil, moet leren de waarheid te verwelkomen precies zoals die is.

Doe daarom niets en laat vergeving je tonen wat jou te doen staat, via Hem die je Gids is, je Verlosser en Beschermer, sterk in hoop en zeker van jouw uiteindelijk succes. Hij heeft jou al vergeven, want dat is Zijn functie, Hem gegeven door God. Nu moet jij Zijn functie delen en vergeven wie Hij heeft verlost, wiens zondeloosheid Hij ziet, en wie Hij eert als de Zoon van God.

Les 230

Nu zoek en vind ik de vrede van God.