1. Visie steunt op het idee van vandaag. Het licht bevindt zich daarin, want het verzoent alle schijnbare tegenstellingen. En wat is licht anders dan de uit vrede geboren oplossing van al je conflicten en verkeerde gedachten in één begrip dat volledig waar is? Zelfs dat zal verdwijnen, want de Gedachte erachter zal verschijnen om zijn plaats in te nemen. En nu ben je voor altijd in vrede, want de droom is dan voorbij.

2. Waarachtig licht dat ware visie mogelijk maakt is niet het licht dat de ogen van het lichaam zien. Het is een staat van denken, zo eenduidig geworden, dat duisternis totaal niet kan worden waargenomen. En zodoende wordt wat hetzelfde is, als één gezien, terwijl wat niet hetzelfde is, onopgemerkt blijft, omdat het er niet is.

3. Dit is het licht dat geen tegenstellingen toont, en visie, omdat ze genezen is, heeft de kracht tot genezen. Dit is het licht dat de vrede van jouw denkgeest overdraagt op andere denkgeesten, om die te delen en je erover te verheugen dat zij één zijn met jou en met zichzelf. Dit is het licht dat geneest omdat het enkelvoudige waarneming brengt, gebaseerd op één referentiekader, waaruit één betekenis voortkomt.

4. Hier worden zowel geven als ontvangen als verschillende aspecten van één Gedachte beschouwd, waarvan de waarheid niet afhangt van welke als eerste wordt gezien, noch welke op de tweede plaats lijkt te komen. Hier wordt begrepen dat beide tegelijk plaatsvinden, zodat de Gedachte volledig blijft. En in dit begrip ligt de grondslag waarop alle tegenstellingen worden verzoend, omdat ze worden waargenomen vanuit hetzelfde referentiekader dat deze Gedachte één maakt.

5. Eén gedachte, volledig één gemaakt, zal dienen om alle denken één te maken. Dit is hetzelfde als te zeggen dat één correctie toereikend is voor alle correcties of dat één broeder volledig vergeven, volstaat om alle denkgeesten verlossing te brengen. Want dit zijn slechts enkele bijzondere gevallen van één wet die voor elke vorm van leren geldt, mits die onder leiding staat van Degene die de waarheid kent.

6. Leren dat geven en ontvangen hetzelfde is, heeft een bijzonder nut omdat het zo gemakkelijk kan worden uitgeprobeerd en waar bevonden. En wanneer dit bijzondere geval bewezen heeft dat het altijd werkt, in elke omstandigheid waarin het wordt beproefd, kan de gedachte erachter worden veralgemeend naar andere gebieden van twijfel en dubbele visie. En van daaruit zal ze zich uitbreiden en uiteindelijk bij de ene Gedachte uitkomen die aan alle andere ten grondslag ligt.

7. Vandaag oefenen we met het bijzondere geval van geven en ontvangen. We zullen deze eenvoudige les in wat zonneklaar is gebruiken omdat het resultaten geeft die ons niet kunnen ontgaan. Geven is ontvangen. Vandaag zullen we proberen iedereen vrede aan te bieden, en zien hoe snel vrede naar ons terugkeert. Licht is vredigheid en in die vrede wordt visie ons gegeven en kunnen we zien.

8. Daarom beginnen we de oefenperioden met de instructie voor vandaag en zeggen:

Geven en ontvangen zijn in waarheid één.

Ik zal ontvangen wat ik nu geef.

Sluit dan je ogen en denk vijf minuten na over wat je iedereen zou willen aanreiken, zodat het ‘t jouwe wordt. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen:

Aan ieder bied ik stilte aan.

Aan ieder bied ik innerlijke vrede aan.

Aan ieder bied ik zachtmoedigheid aan.

9. Zeg elke zin langzaam en wacht dan even, terwijl je het geschenk verwacht te ontvangen dat jij gegeven hebt. En het zal tot je komen in de mate waarin jij het hebt gegeven. Je zult merken dat je exact hetzelfde terugontvangt, want dat is wat je hebt gevraagd. Het kan je ook helpen om te denken aan iemand aan wie jij je gaven geeft. Hij vertegenwoordigt de anderen en via hem geef je aan allen.

10. Onze heel eenvoudige les voor vandaag zal jou veel leren. Gevolg en oorzaak zullen van nu af aan veel beter worden begrepen en we zullen nu veel sneller vooruitgang boeken. Beschouw de oefeningen voor vandaag als rasse vorderingen in je leerproces, die nog sneller en zekerder worden gemaakt iedere keer dat je zegt: ‘Geven en ontvangen zijn in waarheid één.’

.

1. Dit idee volgt zonneklaar uit de twee voorgaande. Maar terwijl je dit misschien verstandelijk kunt aanvaarden, is het onwaarschijnlijk dat het nu al iets voor jou betekent. Begrip is op dit ogenblik echter niet noodzakelijk. In feite is de erkenning dat je iets niet begrijpt een eerste vereiste voor het ongedaan maken van je onware ideeën. In deze oefeningen gaat het om beoefening, niet om begrip. Je hoeft niet te oefenen wat je al begrijpt. Het zou inderdaad onlogisch zijn aan te sturen op begrip en tevens aan te nemen dat je het al bezit.

2. Het is voor de ongetrainde denkgeest moeilijk te geloven dat wat hij zich als beeld lijkt te vormen, er niet is. Dit idee kan bepaald verontrustend zijn en op hevige weerstand stuiten, in velerlei vorm. Maar dat belet de toepassing ervan niet. Meer wordt er voor deze en alle andere oefeningen ook niet gevraagd. Elke kleine stap zal een beetje van de duisternis opruimen, en tenslotte zal begrip ieder hoekje van de denkgeest komen verlichten, die gezuiverd is van de rommel die hem verduistert.

3. Deze oefeningen, waarvoor drie of vier oefenperioden voldoende zijn, houden in dat je om je heen kijkt en het idee van vandaag toepast op alles wat je ziet, waarbij je de noodzaak dat het willekeurig moet worden toegepast, en de onmisbare regel dat niets wordt uitgesloten, in gedachten houdt. Bijvoorbeeld:

Ik zie deze schrijfmachine niet zoals die nu is.

Ik zie deze telefoon niet zoals die nu is.

Ik zie deze arm niet zoals die nu is.

4. Begin met de dingen die het dichtst bij je zijn, en breid dan je blikveld uit:

Ik zie die kapstok niet zoals die nu is.

Ik zie die deur niet zoals die nu is.

Ik zie dat gezicht niet zoals dat nu is.

5. Nogmaals wordt benadrukt dat, terwijl alles insluiten niet moet worden nagestreefd, uitdrukkelijk iets uitsluiten dient te worden vermeden. Zorg ervoor dat je eerlijk bent met jezelf in het maken van dit onderscheid. Je kunt in de verleiding komen het te verdoezelen.